Nieuws
Professionele ondersteuning bij mediaopvoeding

Professionele ondersteuning bij mediaopvoeding

Professionele ondersteuning bij mediaopvoeding

Smartphones en tablets zijn niet meer weg te denken uit het dagelijks leven en ook jonge kinderen kunnen er vaak al goed mee overweg. Maar wat voor invloed hebben deze mobiele en interactieve media op leren en gedrag, of op de gezinsdynamiek? Daar is nog weinig over bekend. Omdat er bij professionals wel behoefte is aan meer informatie, werkt het Nederlands Jeugdinstituut vanaf 2014 aan een ‘Deltaplan Mediaopvoeding’.

 

Het Deltaplan Mediaopvoeding is bedoeld om professionals van goed onderbouwde kennis, producten en diensten te voorzien. Met behulp van externe partijen (zoals Stichting Opvoeden.nl en Mijn Kind Online) werkt het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) aan een gevalideerd overzicht voor mediagebruik bij kinderen. Hierin kunt u vinden wat er tot nu toe bekend is over het mediagebruik van kinderen in relatie tot hun ontwikkeling. Maar ook welke richtlijnen en adviezen er momenteel zijn voor gezond mediagedrag. En van welke diensten u gebruik kunt maken om meer informatie hierover te krijgen.

Geen vervanging voor menselijke interactie

Mobiele en interactieve media kunnen het leren stimuleren. Zo geeft veelbelovend onderzoek aan dat  e-books en ‘leren-lezen-apps’ de literaire vaardigheden bij een kind kunnen vergroten. Toch leert een kind veel  pre-schoolse vaardigheden, zoals empathie, sociale vaardigheden of probleemoplossend vermogen, vooral in contact met opvoeders en andere kinderen. Mobiele en interactieve media kunnen deze taal- en spelinteracties niet vervangen. Terwijl het risico wel bestaat dat ze het menselijke contact verminderen omdat zowel ouders als kinderen erdoor in beslag genomen worden.

Manier van gebruik is belangrijk

Aan de andere kant kunnen mobiele media ook het contact met anderen vergroten (bijvoorbeeld het contact met familieleden ver weg). En mobiele media kunnen kinderen ook op een effectieve wijze bezighouden en afleiden als dat nodig is. Daarnaast wordt het effect dat mobiele media hebben op het gedrag en de ontwikkeling van kinderen, bepaald door factoren als de opvoedstijl of het temperament van het kind. Het belangrijkst is de interactie tussen de opvoeder en het kind tijdens het mediagebruik. Anders gezegd: het gaat niet om wat er technisch mogelijk is, maar om hoe ouders de technologie gebruiken.

 

Wat kunt u opvoeders adviseren?

Als professional kunt u ouders helpen en adviseren bij de mediaopvoeding:
 

  • Stel bijvoorbeeld de vraag hoe in het gezin wordt omgegaan met het gebruik van smartphones en tablets. Is er controle en stellen ouders regels? Gebruiken ouders media  om hun kinderen af te leiden of te kalmeren? Of ook om ze dingen te laten leren?
     
  • U kunt uitleggen dat de educatieve waarde van apps en programma’s groter wordt als ouder en kind daar samen gebruik van maken.
     
  • Twijfelt een ouder over een app of spelletje, dan kan hij dat beter eerst zelf testen en het daarna samen met het kind uitproberen. Er zijn allerlei websites die ouders helpen om  educatieve media te kiezen die passen bij de leeftijd van het kind.
     
  • Zolang de effecten van mediagebruik op kinderen nog niet genoeg onderzocht zijn, is het belangrijk om de momenten van persoonlijke interactie te bewaken. Adviseer bijvoorbeeld een ‘familieuur’ in te stellen, waarbij de gezinsleden aandacht hebben voor elkaar en geen gebruik maken van allerlei media.

 

Kijk voor meer informatie over het Deltaplan mediaopvoeding op de website van het NJI.


Nieuwsdatum: woensdag 01 april 2015

Nieuws